Barneveld: 0342 491 028 | Nunspeet: 0341 230 580 | [email protected]

14 juni 2021 in Bedrijf & Organisatie door Mr. Drs. J.C. (Jan-Kees) Karels

Besturen van stichting wordt minder vrijblijvend

Bedrijf & Organisatie

Veel Nederlanders zitten -al of niet betaald- in het bestuur van een stichting of vereniging. Zij krijgen per 1 juli dit jaar te maken met strengere regels. Het is aan te raden de wet te agenderen voor de volgende bestuursvergadering.

Per 1 juli 2021 treedt een nieuwe wet in werking: de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen (WBTR). Deze wet beoogt een professionaliseringsslag bij verenigingen, stichtingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen. De wetgever vond dit nodig door recente incidenten in de sociale huursector (Vestia), de gezondheidszorg (Meavita) en het onderwijs (Amarantis). Een aantal regels die nu al gelden voor de besloten vennootschap en de naamloze vennootschap gaan ook gelden voor deze rechtspersonen. Wat gaat er zoal veranderen?

Zoals de naam al aangeeft, geeft de WBTR een wettelijke regeling voor het toezicht op verenigingen en stichtingen. In de praktijk wordt er soms al een raad van toezicht ingesteld. Omdat er geen wettelijke taakomschrijving bestaat, kan er discussie ontstaan over de taken van de raad van toezicht (of raad van commissarissen). Met als gevolg dat niet duidelijk is wat van de raad wordt verwacht en dus ook niet wanneer de raad moet ingrijpen. De WBTR omschrijft daarom de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van een toezichthouder.


Kleine stichting

Nu is er bijvoorbeeld een stichting met drie bestuursleden die een jaarlijkse kaarsenverkoopactie organiseert en daarmee een weeshuis in Afrika steunt met 10.000 euro. Zo’n stichting heeft doorgaans een voorzitter, een penningmeester en een secretaris. Er is totaal geen behoefte om een raad van toezicht op te tuigen. Goed te weten dat de WBTR deze stichting daartoe niet dwingt: de keuze voor een raad van toezicht is vrij. Er kan ook gekozen worden voor het zogeheten monistisch bestuurssysteem, waarbij uitvoerende en niet-uitvoerende leden in eenzelfde bestuur zitten. Kleine stichtingen en verenigingen kunnen er voor kiezen te blijven werken met de gebruikelijke kascommissie. Stel je als stichting of vereniging wél een raad van toezicht in, dan valt deze onder de regeling van de WBTR, ongeacht hoe je deze raad noemt.


Hoge prijs voor auto

Waar álle bestuurders mee te maken krijgen is de regeling over het ‘’tegenstrijdig belang’’. Stel je bent bestuurder van een vereniging, en je gaat voor de vereniging een auto kopen die op dat moment jouw privé-eigendom is. Persoonlijk heb je dan belang bij een zo hoog mogelijke prijs. De vereniging heeft echter belang bij een zo laag mogelijke prijs. In deze situatie is sprake van een tegenstrijdig belang. De WBTR regelt dat bestuurders niet mogen deelnemen aan de beraadslaging en besluitvorming als zij zo’n tegenstrijdig belang hebben. Je mag als bestuurslid niet meepraten en -beslissen over de autodeal. Door deze uitsluiting kan het gebeuren dat voor bepaalde besluiten geen meerderheid wordt gehaald. Als er geen besluit kan worden genomen, bepaalt de WBTR dat het besluit wordt genomen door de raad van commissarissen (of raad van toezicht). Is die er niet, dan wordt het besluit genomen door de algemene vergadering, tenzij de statuten anders bepalen. Omdat een stichting geen algemene vergadering heeft, wordt bij het ontbreken van een raad van commissarissen het besluit genomen door het bestuur ‘’onder schriftelijke vastlegging van de overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen’’, zoals de WBTR bepaalt. Ook hier kunnen de statuten anders bepalen.


Zieke bestuurder

Stichtingen en verenigingen worden door de nieuwe wet verplicht voorschriften in de statuten op te nemen in geval van zogeheten ‘ontstentenis of belet’ van alle bestuurders. Van ‘ontstentenis’ is sprake als een bestuurder definitief niet meer in staat is zijn functie uit te oefenen, zoals ontslag, terugtreden of overlijden. Van ‘belet’ is sprake als een bestuurder tijdelijk niet in staat is zijn functie uit te oefenen, zoals langdurige ziekte of schorsing.

De WBTR scherpt ook de regels over aansprakelijkheid van bestuurders en commissarissen in geval van faillissement aan. Het wordt nog belangrijker de boekhouding en administratie op orde te hebben. Fouten in procedures binnen vereniging of stichting, het niet transparant zijn over financiële transacties, te riskante uitgaven doen, schuldeisers benadelen – de WBTR biedt extra handvatten om bestuurders en commissarissen voor een onbehoorlijke taakvervulling aansprakelijk te stellen.


Stappenplan

Kennis over de nieuwe wet is bijeengebracht op de website wbtr.nl. Ik raad besturen aan het onderwerp te agenderen voor de eerstvolgende bestuursvergadering. Wijs een bestuurslid aan die kennisneemt van de hoofdlijnen van de wet en mede-bestuursleden hierover bijpraat. Het kost dit bestuurslid circa drie tot vier uur om het basisstappenplan op genoemde website door te nemen.

Een volgende stap is dat statuten gecheckt dienen te worden of ze WBTR-proof zijn. Wijzigingen hoeven niet gelijk per 1 juli 2021 doorgevoerd te worden, maar kunnen plaatsvinden bij de eerstvolgende statutenwijziging.

Tot slot: de WBTR is niet van toepassing op kerkgenootschappen, plaatselijke gemeenten, classes en diaconieën. Desondanks is het ook voor kerken slim om op de hoogte te zijn van deze nieuwe regels. Het statuut of de kerkorde zou gecheckt kunnen worden in het licht van de WBTR, bijvoorbeeld op het punt van tegenstrijdige belangen. 


Dit artikel verscheen ook als opiniebijdrage in het Reformatorisch Dagblad van zaterdag 12 juni 2021.

Besturen van stichting wordt minder vrijblijvend

Mr. Drs. J.C. (Jan-Kees) Karels
Advocaat


Stuur een mail 0342 491 028