Een statutair bestuurder werkt ruim dertig jaar bij dezelfde onderneming. Dan volgt ineens een uitnodiging voor een aandeelhoudersvergadering waarin zijn ontslag op de agenda staat. De bestuurder vindt dat er geen reden was voor ontslag en vraagt om een billijke vergoeding bij de rechtbank Midden-Nederland. Die krijgt hij ook.
De man is sinds 2009 statutair bestuurder en heeft een dienstverband van ruim dertig jaar. Tot hij door de AvA wordt ontslagen. De reden? Het bedrijf draait al drie jaar verlies, er is een noodzaak tot verdere concernintegratie en onvoldoende vertrouwen in de rol van de bestuurder daarbij. De bestuurder wordt per direct op non-actief gezet en zijn arbeidsovereenkomst beëindigd. Maar daar laat hij het niet bij zitten: bij de rechtbank Midden-Nederland eist hij een billijke vergoeding. Volgens hem is er geen ontslaggrond én sprake van ernstig verwijtbaar handelen door de werkgever.
Bijzondere positie
Een statutair bestuurder heeft een bijzondere positie. Een rechtsgeldig (vennootschapsrechtelijk) ontslag als statutair bestuurder leidt automatisch tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Die beëindiging kan niet worden hersteld. Maar ontbreekt achteraf een redelijke ontslaggrond, dan kan de rechter wel een vergoeding toekennen.
Reorganisatie niet aangetoond
En dat is precies wat hier aan de hand is. In de procedure zegt de werkgever dat de functie van de bestuurder door een reorganisatie is komen te vervallen. Maar de werkgever presenteert nauwelijks objectieve documenten waaruit de noodzaak van het verval van de functie blijkt. Een reorganisatieplan, notulen waaruit de keuze blijkt, een balans of prognoses ontbreken. De enige winst- en verliesrekening roept juist vragen op, omdat een groot deel van het verlies samenhangt met (ontslag)kosten. Daarmee maakt de werkgever onvoldoende inzichtelijk dat de arbeidsplaats op het moment van het besluit structureel móet verdwijnen.
Verschuiving ontslaggrond
Daar komt een tweede probleem bij: de ontslagreden schuift. Ten tijde van de AvA kwam het ontslag ook voort uit een gebrek aan vertrouwen richting de bestuurder. Er werd toen gezegd dat hij ‘niet in staat zou zijn de integratie te leiden’. In de procedure bij de rechtbank stelt de werkgever dat het ontslag uitsluitend bedrijfseconomisch is. De rechtbank vindt dat een statutair bestuurder vooraf helder moet weten waartegen hij zich kan verweren en dat dit in deze zaak niet het geval is.
Ernstig verwijtbaar
Alles bij elkaar levert dit volgens de rechtbank niet alleen ‘geen redelijke grond’ op, maar ook ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever: de verrassingsaanpak, de summiere en wisselende motivering, en de directe non-actiefstelling zonder duidelijke noodzaak. De rechtbank kent daarom aan de werknemer een billijke vergoeding toe van € 222.000.