Stel: een online interview van jaren terug duikt steeds op via Google. De geïnterviewde heeft er last van en wil dat het wordt verwijderd. Kan hij het “recht op vergetelheid” uit de AVG inroepen? In deze weblog ga ik in op deze vraag.
Wat is het recht om vergeten te worden precies?
Dit is het recht van iemand (een “natuurlijk persoon”) om van een bedrijf of organisatie te eisen dat deze jouw persoonsgegevens wist. Het recht is te vinden in artikel 17 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Daar staat dat een betrokkene het recht heeft “zonder onredelijke vertraging” wissing van diens persoonsgegevens te verkrijgen.
Het recht om vergeten te worden is niet absoluut. Een bedrijf of organisatie hoeft er alleen persoonsgegevens te wissen als sprake is van één van de zes gevallen die in artikel 17 worden genoemd. Zo kan het zijn dat de persoonsgegevens niet langer nodig zijn voor het bedrijf. Ook kan de persoon zijn toestemming voor de verwerking intrekken. Als er dan geen andere rechtsgrond voor de verwerking bestaat, moet het bedrijf de persoonsgegevens wissen.
Kan het recht om vergeten te worden tegen een online nieuws medium worden ingeroepen?
Stel: iemand is in 2010 geïnterviewd door een landelijk dagblad. Het artikel staat sindsdien online. De geïnterviewde is anno 2026 niet meer blij met de inhoud van het interview.
Dus meldt de geïnterviewde zich bij het dagblad, met een verzoek om het interview te verwijderen. Want je hebt toch het recht om vergeten te worden. Moet het dagblad hier gehoor aan geven?
Niet zonder meer. Artikel 17 lid 3 AVG bevat een belangrijke uitzondering voor de journalistiek. In dit lid staat dat het recht om vergeten te worden niet van toepassing is ”voor zover verwerking nodig is voor het uitoefenen van het recht op vrijheid van meningsuiting en informatie”. Nieuwsmedia hoeven daarom niet automatisch te voldoen aan een zogeheten “vergeetverzoek”.
Wel is het nieuwsmedium verplicht een zorgvuldige belangenafweging te maken. Daarbij staat aan de ene kant het recht van het online medium op vrijheid van meningsuiting en informatie. Dit wordt ook wel de “journalistieke uitzondering” genoemd. Aan de andere kant staat het recht van de geïnterviewde op bescherming van zijn persoonsgegevens en persoonlijke levenssfeer.
Welke criteria spelen een rol?
In de belangenafweging tussen nieuwsmedium en betrokkene spelen een aantal criteria een rol. In de rechtspraak komen we tegen:
· Is de betrokkene een publiek persoon of niet?
· Wat is de aard van de informatie?
· Op welke manier is de informatie destijds verkregen?
· Draagt het interview bij aan een maatschappelijk debat?
· Hoe lang is het geleden dat het interview is gepubliceerd?
· Is de informatie nog actueel?
· Welke impact heeft het interview op het leven van de betrokkene?
· Hoe ernstig is de inbreuk op de privacy van de betrokkene?
Een voorbeeld: vastgoedondernemer tegen Google (2025)
Hoe een belangenafweging in een concreet geval kan uitpakken, blijkt uit een recente uitspraak van de Rechtbank Den Haag (ECLI:NL:RBDHA:2025:16243).
Een vastgoedondernemer verzoekt Google om een URL naar een artikel in De Limburger uit 2022 te blokkeren. Het artikel vermeldt zijn strafrechtelijke veroordelingen voor hypotheekfraude en opiumwetdelicten. De ondernemer stelt dat het artikel onjuistheden bevat en zijn privéleven en bedrijfsvoering schaadt. Google voert aan dat de informatie relevant blijft voor het publiek en dat het artikel bijdraagt aan een debat van algemeen belang.
Volgens de rechtbank is het artikel niet kennelijk onjuist. De vermelde strafrechtelijke informatie is gebaseerd op rechterlijke uitspraken. Het artikel dateert uit 2022, is feitelijk van aard en betreft de integriteit van het openbaar bestuur. Hypotheekfraude en opiumwetdelicten zijn ernstige misdrijven die verband houden met de professionele activiteiten als vastgoedondernemer. Omdat verzoeker nog steeds in die hoedanigheid werkzaam is, blijft de informatie relevant. De informatievrijheid van Google weegt zwaarder dan het privacybelang van de ondernemer. Google hoeft de URL niet te blokkeren.
Een betrokkene kan het recht om vergeten te worden inroepen tegen online nieuwsmedia en online zoekmachines. Het kan gaan om een (zoekresultaat van een) interview dat met de persoon is afgenomen, maar ook om (zoekresultaten van) elk ander artikel waarin zijn persoonsgegevens voorkomen. Er zijn ook voorbeelden te noemen waarin een betrokkene wél succes heeft, en de persoonsgegevens moeten worden verwijderd.
Of een medium of zoekmachine tot verwijdering moet overgaan, blijkt steeds na een belangenafweging. Daarbij spelen criteria als de aard van de informatie, de publieke rol van de geïnterviewde, de bijdrage aan het maatschappelijk debat, de ernst van de inbreuk en de impact op de persoonlijke levenssfeer.
Wilt u meer weten over het recht om vergeten te worden, neem dan contact op met Jan-Kees Karels, [email protected]