Een bijzondere zaak bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant: ouders die eisen dat hun meerderjarige zoon de ouderlijke woning verlaat. Hij veroorzaakt te veel overlast. De rechter gaat daar in mee.
Vijf jaar geleden werd de zoon dakloos. Hij klopte aan bij zijn ouders omdat hij hulp nodig had. Sindsdien woont hij weer bij hen. Zij doen hun best om hem te ondersteunen maar kunnen daar niet langer aan voldoen. De zoon zorgt voor overlast (zowel in huis als buitenshuis) en vernielt binnen spullen. Zijn ouders hebben van de woonstichting al een gedragsaanwijzing gehad in verband met die overlast, zelfs de politie is langs geweest. Hij praat niet meer met zijn vader en scheldt zijn moeder stelselmatig uit. Wegens zijn lichamelijke of geestelijke toestand staan de (toekomstige) goederen van de zoon onder bewind. In feite procederen de ouders tegen de bewindvoerder.
Passende woonruimte
De ouders moeten rondkomen van een bijstandsuitkering, waar nu ook nog de woningdelerskorting op wordt toegepast. Zij hebben de zoon meermaals gevraagd om een financiële bijdrage te leveren, maar hij betaalt niets. De hulpverleningsinstantie zoekt al geruime tijd naar een passende woonruimte voor de zoon, maar nog zonder resultaat. De ouders hebben hun zoon meermaals gesommeerd te vertrekken omdat zij geen andere uitweg meer zien. De zoon weigert. De ouders kunnen deze situatie financieel en emotioneel niet langer aan, betogen zijzelf.
Verstek
Omdat de zoon zelf niet op zitting verschijnt – hij is wel op de hoogte van deze procedure – verleent de voorzieningenrechter hem verstek. Op grond van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering moeten dan de vorderingen van de ouders worden toegewezen, tenzij deze de voorzieningenrechter onrechtmatig of ongegrond voorkomen.
Ontruiming
De voorzieningenrechter stelt vast dat er tussen de ouders en de zoon geen overeenkomst bestaat op basis waarvan hij aanspraak kan maken op de huurwoning van zijn ouders. Hij verblijft daar zonder recht of titel. Het door de ouders gevorderde komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor. De zoon moet de woning zeven dagen nadat het vonnis is betekend verlaten. Hij moet al zijn persoonlijke eigendommen meenemen en de sleutels van de woning aan zijn ouders geven. Hij mag de woning alleen met hun toestemming betreden en zij bepalen dan hoe lang dat mag zijn. De proceskosten moet hij of zijn bewindvoerder ook betalen: € 950.